Moord op een kapelaan in 1944

0
31
De ingang van de pastorie waar de moord plaatsvond.

Van september 1943 tot oktober 1944 vonden, verspreid over het land, de zogeheten Silbertanne-moorden plaats. Nederlandse SS-ers en oost-frontveteranen hadden de taak op zich genomen om, als represaille voor aanslagen die het verzet had gepleegd, min of meer bekende Nederlanders om te brengen die als anti-Duits bekend stonden. De werkwijze was bijna altijd dezelfde. De SS-ers gingen naar het aangegeven adres, belden daar aan en zodra het beoogde doelwit in de deuropening verscheen, werd hij neergeknald. Zonder pardon. Het bekendste slachtoffer van deze Silbertanne-moorden wasA.M. de Jong, schrijver van de destijds immens populaire Merijntje Gijzen-cyclus. Ook in Groningen was het commando actief. Na de liquidatie van de NSB-er Anne Jannes Elsinga, op oudejaarsdag 1943, bij de Eendrachtsbrug aan de Paterswoldseweg, werden nog dezelfde avond en nacht zes stadjers in of bij hun huis doodgeschoten. Een van hen was de Oosterparker Johannes Swint. Het monument voor hem, op de hoek van het Linnaeusplein en de Zaag-muldersweg, herinnert aan deze gruwelijke gebeurtenis.

Het laatste slachtoffer van Aktion Silbertanne, zoals deze moorden in het Duits worden genoemd, kwam eveneens uit de Oosterparkwijk: kapelaan Johannes Gijsbertus Böcker, verbonden aan de Sint Franciscuskerk aan de Zaagmuldersweg, niet ver van het Wielewaalplein. Wellicht is zijn naam wat minder bekend dan die van de andere slachtoffers, maar zijn lot is niet minder tragisch.

De aanslag

Johannes (Jan) Böcker werd op 2 oktober 1909 in Oosterbeek geboren, als zoon van een Duitse vader en een Nederlandse moeder.  Na de lagere school studeerde hij eerst aan het kleinseminarie, vervolgens aan het grootseminarie, met als afsluiting de priesterwijding op 19 juli 1936 door de aartsbisschop van Utrecht. Na een korte periode als kapelaan in het Gelderse Pannerden te hebben gewerkt, vertrok hij in 1937 naar Jutphaas, een dorp ten zuiden van Utrecht. Na de Duitse inval op 10 mei 1940, heeft hij zich daar ingezet voor de opvang van evacués uit het gebied rond de Grebbeberg, waar in die dagen hevig gevochten werd. Enkele dagen later moest hij als gevolg van de oorlogshandelingen ook zelf de wijk nemen naar veiliger oorden.

Johannes Böcker. Foto: Hoe Groningen streed. Provinciaal gedenkboek van het verzet 1940-1945’, uitgegeven door Niemeijers uitgeversmaatschappij, zonder jaar (1951?).

Op 10 april 1942 volgde zijn benoeming tot kapelaan bij de Franciscus parochie in de Groninger Oosterparkwijk. In zijn nieuwe woonplaats raakte Böcker al snel betrokken bij het verzet. Hij regelde adressen voor onderduikers, voorzag hen van bonkaarten en zamelde geld in voor de ondergrondse. Ook de pastoor van de parochie, F.J. Schoenmaker, nam deel aan illegaal werk, onder meer door hulp te bieden aan joden. Deze activiteiten zijn niet onopgemerkt gebleven. De bezetter hield de twee in het vizier. Kennelijk had de pastoor dit door, want op zeker moment is hij in Friesland ondergedoken. Net op tijd, want op 25 september 1944, rond negen uur, belden enkele Nederlandse SS-ers – er worden in de verschillende bronnen verschillende namen genoemd  – aan bij de pastorie naast de kerk. De huishoudster deed open. De mannen vroegen naar de pastoor. Ze antwoordde dat deze niet thuis was. Nu, dan moest de kapelaan maar naar de deur komen. De ramen van de pastorie zouden niet goed verduisterd zijn. Daar moest iets aan gebeuren. Maar toen Böcker verscheen, wilden ze enkel van hem weten waar Schoenmaker verbleef. Daar wilde hij geen antwoord op geven. Waarna een van de mannen zijn pistool tevoorschijn haalde en Jan Böcker neerschoot. De kapelaan stierf ter plaatse.

Het graf van de kapelaan op de rooms-katholieke be- graafplaats aan de Hereweg (graf op de achtergrond links).

De plaquette

Jan Böcker is begraven op de Rooms-katholieke begraafplaats aan de Hereweg. Zijn graf bevindt zich dichtbij de ingang, op een klein ereveld, waar ook andere oorlogsslachtoffers hun laatste rustplaats vonden. Na de oorlog is in de hal van de pastorie, waar hij de dood vond, een plaquette geplaatst ter nagedachtenis aan hem. Deze plaquette is echter alleen zichtbaar voor de bewoners en bezoekers van het pand. 

De plaquette in de hal van de pastorie die aan de moord herinnert.

Gegevens over het leven van kapelaan Böcker heb ik ontleend aan Wikipedia en aan andere sites op internet. Aanvullende informatie vond ik in het archief van de katholieke begraafplaats aan de Hereweg.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Voer jouw commentaar in
Voer jouw naam in