Wie was Jan Hissink Jansen (of Janssen)?

0
248
Portret van Jan Hissink Jansen.

Het zal niet vaak iemand zijn opgevallen, maar de bordjes aan het einde en het begin van de Jan Hissink Janssenstraat en die in het midden staan, geven een verschillende naam aan. Nou ja, laat ik het anders zeggen – de naam wordt verschillend gespeld. Het is maar een detail, het verschil van één letter, maar toch opmerkelijk voor wie het ziet. Het gaat om maar liefst vijf naambordjes. Twee keer wordt de naam met één s geschreven (Jansen), twee keer met dubbel s (Janssen). Wat is de juiste spelling? Het antwoord vond ik in het boek ‘Historie in de buurt. Van Academisch Ziekenhuis en Medische Faculteit te Groningen. Professoren’, van de hand van Gerard Terwisscha van Scheltinga. In dit boek portretteert de auteur zeventien hoogleraren uit het vroeger eeuwen die ieder op hun eigen wijze hun stempel hebben gedrukt op de ontwikkeling van de geneeskunde en het medische onderwijs in Groningen. Niet veel mensen weten nog wie deze heren zijn, maar toch zijn hun namen nog steeds algemeen bekend. Ze leven voort in straatnamen in de Oosterparkwijk en in de omliggende buurten: van de zeventiende-eeuwer allround geleerde Antonius Deusing tot de psychiater Enno Dirk Wiersma (die leefde van 1858 tot 1940).

Door inconsistentie is de Jan Hissink Jansenstraat tegelijk ook de Jan Hissink Janssenstraat.

Neurasthenie

Jan Hissink Jansen werd op 23 januari 1816 geboren in het Betuwse dorpje Ingen, als zoon van een arts. Na een studie geneeskunde in Utrecht en farmacie in Delft, en na een functie bij de militair geneeskunde school in Utrecht, werd hij in 1836 benoemd tot lector in de anatomie in de Domstad.  In 1850 volgde zijn aanstelling tot hoogleraar in Groningen. Opmerkelijk was dat hij zijn inaugurele rede – de rede die hoogleraren uitspreken bij de aanvaarding van hun ambt – in het Nederlands hield. Tot dan toe was het gebruikelijk dat dit in het Latijn gebeurde. Het takenpakket dat Jan Hissink Jansen toebedeeld kreeg, was heel ruim. Behalve in de chirurgie en in de histologie, gaf hij onderwijs in de algemene fysiologie, anatomie en pathologische anatomie. Hoewel een dergelijke veelomvattende opdracht niet ongewoon was in die tijd, is de werkdruk hem mogelijk toch opgebroken. Jan Hissink Jansen raakte oververmoeid, gaf op den duur nauwelijks nog college, en stelde operaties uit. De gynaecoloog G.C. Nijhoff constateerde in 1914 in een studie over Groningse hoogleraren dat het hem dikwijls aan moed ontbrak om operatief in te grijpen “waar chirurgisch handelen gewenst of noodzakelijk was.” Collega-artsen stelden vast dat hij leed aan ‘neurasthenie’: een aandoening die gekenmerkt wordt door – onder meer – gebrek aan energie, concentratiestoornissen, inefficiënt denken, angst- en slaapstoornissen en problemen met het verrichten van de dagelijkse activiteiten. Anno 2021 zou men zeggen: Hissink Jansen had een burn-out. Hij leverde geleidelijk steeds meer van zijn taken in, maar dit hielp hem niet. Hij hield zijn klachten. Op zijn verzoek kreeg hij in 1878 eervol ontslag. Zeven jaar heeft hij nog van zijn pensioen kunnen genieten. Toen is hij overleden – Op 2 augustus 1885 in zijn huis aan de Oude Kijk in ’t Jatstraat nr. 3.

De juiste naam

De universiteit had bij zijn aantreden grote verwachtingen van Jan Hissink Jansen, wat men duidelijk maakte door hem een eredoctoraat in de chirurgie aan te bieden. Hij heeft al deze verwachtingen niet kunnen waarmaken. De neurasthenie heeft zijn carrière gebroken. Ongetwijfeld is de ziekte ook van invloed geweest op zijn persoonlijke leven. Bij tijden moet hij zich doodongelukkig hebben gevoeld. Desondanks is hij als arts en hoogleraar belangrijk genoeg geweest om een straat naar hem te noemen. De Jan Hissink Jansenstraat. Inderdaad – Jansen met één s. Dat is de juiste spelling, volgens Gerard Terwisscha van Scheltinga.

De informatie in deze bijdrage over en het portret van Jan Hissink Jansen zijn ontleend aan: G. Terwisscha van Scheltinga, ‘Historie in de buurt. Van Academisch Ziekenhuis en Medische Faculteit te Groningen. Professoren’, Groningen 2004, pag. 103-107.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Voer jouw commentaar in
Voer jouw naam in